Open je een kastdeur en weet je meteen of iets goedkoop aanvoelt? Dat is precies waar interieurontwerpers dit jaar op letten. Volgens een rondgang van het Britse designmagazine Livingetc, gepubliceerd in april 2026, gaat de aandacht bij opbergmeubels niet langer alleen naar de buitenkant. De binnenkant, de verlichting en zelfs de vergeten hoekjes in huis krijgen nu hetzelfde ontwerpniveau als de rest van de kamer.
Vier interieurontwerpers uit Londen en Los Angeles vertelden Livingetc waar ze op letten bij hun klanten. Hun observaties werken net zo goed in een Amsterdamse bovenwoning als in een Londense herenhuis: minder ruimte dwingt je om elk detail van een kast te laten meetellen. En juist in een huurhuis of appartement met weinig vierkante meters is het verschil tussen een kast die gewoon staat te staan en een kast die meewerkt het grootst.
Licht dat vanzelf aangaat als je de deur opent
Reuben Ward, lead designer bij het Londense ontwerpbureau Blakes London, ziet de afgelopen tijd een duidelijke verschuiving. "Er is een groeiende wens om de binnenkant van opbergruimte naar een hoger niveau te tillen," zegt hij tegen Livingetc. Een kast met een prachtige buitenkant die vanbinnen tegenvalt, voelt volgens hem meteen ongemakkelijk.
De oplossing die hij terugziet bij steeds meer projecten: verlichting die automatisch aangaat zodra je de deur opent. "Een zachte gloed vanbinnen maakt een kast praktischer en geeft je dag net dat beetje meer luxe," aldus Ward. Het hoeft niet duur te zijn. Bewegingssensorlampjes op batterijen kosten een paar euro bij elke bouwmarkt, en je plakt ze met een stukje tape tegen de binnenkant van een plank. Heb je net gekozen voor een vrijstaande kledingkast? Ook daar werkt zo'n lampje precies even goed als in een ingebouwde kast.
Het grote voordeel van deze trend is dat je niets hoeft te verbouwen of te boren. De meeste sensorlampjes werken op plak- of magneetbevestiging en gaan op twee AAA-batterijen maandenlang mee. Je kunt ze net zo makkelijk meenemen bij een verhuizing als je lievelingskussen.
Metaal maakt plaats voor warmer hout
Metalen handvaten verdwijnen niet uit de keuken of badkamer, maar interieurontwerper Laura Stephens uit Londen ziet een andere beweging bij opbergmeubels. "Er is zeker een verschuiving weg van standaard metalen hardware, richting rijkere en meer tactiele materialen," zegt ze tegen Livingetc. In plaats van chroom of staal kiezen ontwerpers steeds vaker voor handgrepen van hout, vooral walnoot, die een kast of ladenblok meteen meer diepte geven.
Dat is ook zonder verbouwing te kopiëren. De meeste kasten en commodes hebben standaardmaten voor handgrepen, dus je vervangt ze in een middagje. Werk je met een wandmeubel of dressoir? Dan valt het verschil met houten handvaten al op vanaf de andere kant van de kamer.
Gegolfd glas in plaats van een dichte deur
Interieurontwerper Lea Cojot signaleert een derde trend die goed past bij kleinere Nederlandse huizen: gegolfd glas, dat overspringt van de keuken naar vrijstaande kasten en dressoirs. "Gegolfd glas is fijn als je wel wilt opbergen, maar je ruimte visueel licht wilt houden," legt ze uit aan Livingetc. "Zeker in kleinere ruimtes en doorgangen voelen hout en dichte panelen al snel zwaar aan. Gegolfd glas geeft textuur zonder dat het de ruimte afsluit."
Haar advies: combineer dit met opbergmeubels die lager dan ooghoogte blijven. Dat levert meteen een extra plek op voor een paar persoonlijke spullen, in plaats van een stapel rommel. "Houd het subtiel," zegt Cojot.
Die vergeten hoek naast de kast krijgt een functie
De vierde trend draait om de hoekjes in huis die je waarschijnlijk links laat liggen. Melissa Hutley, medeoprichter van ontwerpstudio Hutley & Humm, ziet steeds meer projecten waarin ontwerpers bewust een nis in een muur laten uitfrezen om er iets in te zetten. "Ontwerpers behandelen plekken die eerst over het hoofd werden gezien nu als ruimtes met een eigen functie en karakter," zegt ze tegen Livingetc. "Klanten willen elke vierkante centimeter benutten, dus er is een duidelijke verschuiving richting het uitsnijden van dode hoeken."
Denk aan de ruimte naast een schoorsteen, onder een trap, of een nis die toch al in een muur zit. Vul die met een zwevend plankje of een klein kastje en een dood hoekje wordt een echte blikvanger. Hutley noemt het zelf "een kans voor echte persoonlijkheid en plezier" in een huis.
Zo begin je zonder meteen alles te vervangen
Je hoeft je interieur niet in één keer op de schop te nemen. Begin met het goedkoopste onderdeel: een lampje in de kast die je toch al hebt. Vervang daarna de handvaten van één kast of dressoir voor een directe stijlsprong. En loop voordat je iets nieuws koopt eerst door je huis op zoek naar een nis of hoekje dat nu niets doet. De grootste verbetering zit vaak niet in een nieuwe aankoop, maar in wat je al in huis hebt net iets slimmer inzetten. Zet daarna pas de stap naar iets groters, zoals gegolfd glas in een nieuw dressoir of een uitgefreesde nis bij de volgende verbouwing. Je kast hoeft niet in één keer af te zijn. Het is al een trend van 2026 als je er dit jaar ook maar één onderdeel van toepast.